De Zagen van Molen de Salamander zijn uniek in hun soort. Het vervaardigen maar ook slijpen van de zaagbladen is vereist een enorme vakkennis.

  
Deze Machine is speciaal aangepast voor het slijpen van zagen die op de Salamander gebruikt worden.
De aanpassingen houden in dat bij het slijpen van de tanden een kromming ontstaat wanneer men over de punten van de tanden een lijn zou trekken. Dit wordt verkregen door de spanwagen over een rail te verplaatsen waarin de kromming is verwerkt..
Verder is er een nieuwe rei van metaal gemaakt waarvan de steek op 28 mm staat i.p.v. 25 mm. Deze zorgt voor de "voeding" van de zaag tijdens het slijpen.
Op de foto is nog een oude rei (wit) te zien gemaakt van trespa, echter is deze ter ziele geraakt.
 

Handleiding voor de slijpmachine om zagen recht en schuin te slijpen

Technische gegevens

Breedte van de zaag 60 tot 200 mm
Lengte van de zaag 95 tot 200 cm
Lengte van het zaaggedeelte tot 165 cm
optioneel tot 185 cm
Bladdikte tot 6 mm
Tandafstand 14 tot 40 mm
optioneel tot 50 mm
Spanhoek tot 30 graden
Slijpsnelheid 30, 50 en 75 tanden per minuut
Slijpschijf  
Middellijn 250 mm
Middellijn van het gat 20 mm
Tandvormen in de standaarduitvoering  
Haaientandzaag 12 graden
Haaientandzaag 15 graden
Cirkelzaag 15 graden
Wolfszaag 19 graden
Of vier zaagvormen volgens de bijgaande zaagvormlijst  
Aansluitwaarde 1,85 kW
Gewicht + 520 kg

De werking

De zaagslijpmachine CanaH is een volautomaat en werkt mechanisch-hydraulisch.

De zaag wordt niet zelf door de machine getrokken, maar door een duwarm op de rei.

De machine regelt automatisch en hydraulisch de bewegingen van de slijpschijf, de spanwagen waar de zaag in zit, de terugloop van de spanwagen en het opnieuw in positie brengen van de slijpschijf en duwarm.

Het in- en uitschakelen van de hydraulische bewegingen gebeurt door een omschakelhefboom die door twee omstelnokken wordt bediend.

  • Als de omschakelhefboom door de rechter omstelnok naar links wordt gedraaid, dan begint de slijpcyclus.
  • Als de omschakelhefboom door de linker omstelnok naar rechts wordt gedraaid, stopt de cyclus.
Met instelschijf 2/53 kan men het aantal keren dat de machine de slijpcyclus uitvoert instellen. Zo kan je de machine eerst laten slijpen en daarna laten egaliseren. Dit kun je op de machine instellen.
De instelschijf kent 21 slijpcycli (de getallen 1-21), 2 egaliseercycli (E) en een uitschakelknop (O).
 
Voor het scherpen van een zaag zijn meestal 4 tot 6 cycli genoeg. Als je vaak met hetzelfde aantal cycli werkt, kun je de instelschijf op dat aantal vast instellen. Trek daartoe de schijf naar buiten en laat stift 2/55 in het gat dat dat aantal cycli aangeeft zakken. Daardoor kan de stelschijf niet verder worden gedraaid.
 
Met instelknop 1/56 stel je de afstand in die de slijpschijf na een cyclus zakt om dieper te slijpen. De minimum afstand is voor automatisch slijpen 0,03 mm.

Installatie

Volgt


Afstelling

Volgt


Instellingen voor het slijpen

Hellingshoek van de slijpschijf

Om de hellingshoek in te stellen moet je eerst het bovendeel van de machine ontgrendelen door de hendel naast het wiel (2/61) naar beneden te draaien. Na het instellen draai je de hendel weer naar boven tot hij vast zit.

Je stelt de helling waaronder de slijpschijf het zaagblad slijpt in door het bovenste deel van de machine te verdraaien met het handwiel aan de zijkant van het vaste deel (2/60). De schaalverdeling staat op het vaste deel 2/59.

Afstand tussen de zaagpunten

Draai aan knop 1/62 tot de schaalverdeling de juiste afstand tussen de zaagpunten aangeeft.

Tanddiepte

Stel de diepte van de tanden in met draaiknop 1/63.

Zaagdikte

  1. Stel de dikte van de zaag in op de dikte die de zaag heeft op het punt waar hij in de machine geklemd zit.
  2. Stel de dikte in met de gegroefde schroef 12/64.

Vorm van de zaagtanden

  1. Het instellen van de tandvorm gebeurt met draaiende machine.
  2. Draai hefboom 1/65 tot de aanduiding 1/66 de juiste tandvorm toont. Zorg ervoor dat bij het aanschakelen de rei (1/62) omhoog komt (klopt dit?)

De snelheid van het slijpen

Er zijn drie slijpsnelheden. Het is raadzaam om bij het instellen van de machine met de laagste snelheid te werken. Tijdens het slijpen zelf kun je een hogere snelheid selecteren.
Om een beter slijpresultaat te bereiken zou je de laatste slijpcyclus met de laagste snelheid moeten uitvoeren.

  1. Voordat je de snelheid instelt moet je slijpsteen met hendel 1/68 omhoog brengen.
  2. Kies met draaiende machine met hendel 1/67 een van de drie slijpsnelheden.

De klemkracht op het zaagblad instellen

Bij dikkere zagen en wanneer er per keer veel van de zaag weggeslepen moet worden, moet de zaag met een grotere kracht worden aangeklemd.

Draai knop 12/69 180 graden om de kracht in te stellen op 15 of 20 kg.

Het veranderen van de zaagtandvorm

Stel dat de automaat op de vorm van figuur 6 is ingesteld.

Als je dan de instelknop 1/62 rechtsom draait, wordt de holte tussen de tanden kleiner en wordt de rug van de tand hoger. Als je te ver doordraait, krijg je de vorm van figuur 7. Die wil je niet hebben.

Draai je de knop linksom, dan wordt de holte minder diep en slijp je meer van de rug af. De ruimte tussen de tanden wordt dan dus groter (niet de afstand!).  Dat leidt bij overdrijven tot de vorm van figuur 8.

Recht en schuin slijpen

Om recht te slijpen:

Zet de slijpschijf 1/72 recht. Open deksel 1/70. Haal bout 1/23 uit bedieninshendel 1/71 en schroef hem in gat 1/73.

Om schuin te slijpen:

Open deksel 1/70.  Draai bout 1/23 uit de bedieningsrhendel 1/71. Zet de slijpschijf 1/72 ongeveer in de gewenste stand. Schroef de bout in het gat in de bedieningshendel dat het meest overeenkomt met de gewenste schuinte. Als dat niet goed lukt, beweeg dan de slijpsteen een beetje heen en weer.

Het instellen van de omstelnokken

  1. Schuif de spanwagen 2/38 zo ver naar rechts dat de slijpschijf tegen de borst van de eerste zaagtand kan rusten (bij schuin slijpen op de eerste naar rechts geslepen tand).
  2. Zet nu de linker omstelnok zo vast dat hij de omschakelhefboom 2/50 naar rechts omschakelt.
     
  3. Verschuif de eindnok 11/43 nu zo, dat de eindbout in de spanwagen 11/75 tegen de aanslag van de eindnok ligt.
  4. Schuif nu de spanwagen zo ver naar links dat  de slijpschijf boven de punt van de laatste zaagtand staat.
  5. Zet nu de rechter omstelnok 2/52 zo vast dat hij de omschakelhefboom naar links omschakelt.

Het controleren van de instellingen

  • De slijpsteen moet omhoog staan,
  • Omschakelhefboom 2/50 moet naar rechts wijzen en
  • Telschijf 2/53 moet boven de uitschakelknop zijn uitgedraaid.
  1. Schakel hoofdschakelaar 1/3 aan,
  2. Druk knop I op schakelaar 1/76 in,
  3. De machine staat nu aan.

Herhaal het volgende een aantal keren en verstel de omstelnokken totdat de spanwagen op de juiste punten terugbeweegt.

  1. Kantel de omschakelhefboom naar links. De spanwagen beweegt nu naar rechts tot de uitgangspositie.
  2. De linker omstelnok op de spanwagen kantelt de omschakelhefboom naar rechts.
  3. Schuif nu met de hand de spanwagen naar links tot door het omstellen van de omschakelhefboom de terugloop geactiveerd wordt.

 


Het slijpen

  1. Zet de slijpsteen met hendel 1/77 naar boven.
  2. Stel (na controle van de instellingen) de slijpsnelheid in op 30 tanden per minuut.
  3. Beweeg de slijpsteen met hendel 1/68 langzaam zo ver naar beneden dat de steen in de zaagtandholte zakt.
  4. Draai stelknop 1/77 zodanig dat de steen de bodem van de tandholte raakt.
  5. Draai nu de stelknoppen 13/78 (grof) en 13/78a (fijn) zodanig naar links dat de steen licht aan de tandborst slijpt.
  6. De grootte van de ingestelde tandverdeling met de stelmoer 1/62 zodanig verkleinen, dat de ronding in de tandholtebodem geslepen wordt.
  7. De grootte van de ingestelde tandhoogte door het naar links draaien van draaigreep 1/63 zodanig verkleinen dat de slijpschijf de tandrug en dus de hele tand slijpt.
  8. De tanden door het meermaals dichter draaien van draaiknop 1/77 zuiver slijpen, zodanig dat de tandborst zo weinig mogelijk wordt afgeslepen, en tijdens de laatste twee cycli helemaal niet wordt geslepen.
  9. Na het instellen kan de machine op een grotere snelheid worden ingesteld.
  10. Instelknop 1/79 regelt de 01 terugloop en moet op de ingestelde snelheid worden gezet.
  11. Als de machine na het slijpen en egaliseren van de zaag afslaat, zet dan met hefboom 1/68 de slijpsteen omhoog.

Diverse onderwerpen

Het instellen van de meeneem-arm

  1. Breng met hendel 1/68 de slijpschijf omhoog.
  2. Stel de ophaalstang 12/89 zo in dat de armhouder omhoog staat.
  3. De meeneemarm 12/47 moet nu 5 mm boven de rei hangen.

Het monteren van het zaagblad

  1. Open de zaagbladklem 2/82.
     
  2. Draai de spanlichamen 2/83 met handwiel 2/84 in de laagste stand.
     
  3. Druk de klemhefbomen 2/85 naar beneden en leg de zaag in het spanlichaam.
     
  4. Klap de hoogteaanslag 2/86 naar boven.
     
  5. Draai de zaag met handwiel 2/84 omhoog tot aan het calibreerstaafje 14/87.
  6. Horizontaal stellen:
    • Bij recht slijpen: schuif de meest linkse zaagtand tegen het omgebogen eind van het aanslagstaafje.
    • Bij schuin slijpen: schuif de meest linkse naar rechts geslepen zaagtand tegen het omgebogen eind van het aanslagstaafje.
  7. Klem de zaag met klemhefboom 2/85 vast.
  8. Sluit de zaagbladklemmen 2/82.

Het instellen van de voortbeweging

  1. Stel duwarm 12/47 zo in dat hij op de onderkant van de rei 12/48 ligt.
  2. Breng de slijpsteen omhoog.
  3. Zet de machine kort aan en weer uit om de duwarm in de meeneemstand te brengen.
  4. Breng de slijpschijf omlaag tot op de bodem van de zaagtandholte.
  5. Breng met draaischijf 13/78a de zaagborst tegen de slijpschijf.
  6. Breng de slijpschijf weer omhoog.

Het slijpen van zagen met een effectieve lengte van meer dan 1200 mm

  1. De zaageinden moeten op gelijke afstand van de spanlichamen 2/83 zitten.
  2. Draai schroef 2/89 los en leg het omgebogen eind van het aanslagstaafje 14/87 tegen de dichtstbijzijnde tand (dit geldt voor recht en schuin slijpen).
  3. Draai de schroef weer vast.

Het wisselen van de hydraulische olie

Controleer iedere twee tot drie maanden of de hydraulische nog wel goed is. Als hij donker van kleur is, of als hij verontreinigingen bevat moet hij ververst worden. Verontreinigde olie zorgt voor aanslag in de leidingen, waardoor de doorstoom vermindert. Dit kan resulteren in storingen in het hydraulische systeem.

Daarom moet de olie in ieder geval iedere zes maanden worden vervangen. Gebruik daarvoor aftappunt 10/90.

Het ontluchten van de drukcylinders

  1. Verwijder Aanslag 11/43.
  2. Breng de spanwagen met de hand helemaal naar rechts.
  3. Draai olieleiding 10/91 los.
  4. Leg omschakelhefboom 2/50 naar links.
  5. Houd een opvangbakje onder de olieleidingopening.
  6. Zorg ervoor dat de spanwagen tijdens de volgende stappen NIET naar rechts beweegt!!!
  7. Zet de machine aan tot er olie uit de opening van olieleiding 10/91 stroomt.
  8. Zet de machine uit en draai meteen de olieleiding weer dicht.


    De vertaling is zonder garantie. De auteurs hiervan zijn niet aansprakelijk voor ongelukken, ongelukjes, onverwachte gevolgen of onverwachte resultaten die voortvloeien uit het volgen van deze vertaling. Iedereen die verbeteringen kan aanbrengen is welkom om dit te doen. Stuurt u hierover dan een e-mail