Oude afbeelding van de molen

De molen heeft een bewogen geschiedenis. 
Brand, verval en herrijzenis, de Salamander 
heeft het allemaal meegemaakt.

De geschiedenis.

Houtzaagmolen De Salamander heeft een voorganger gehad, gebouwd in 1643. In 1773/1774 is deze molen, samen met buurmolen De Hoop, grotendeels door brand verwoest. Beide molens werden in 1777 herbouwd in opdracht van Arnoldus Theodorus Zodaar, eigenaar van de verbrande molens. Jan Breur uit Delft kocht in 1781 de "houtcoperij". Jan Anthony Prijn, schoonzoon van Zodaar, had zich enkele jaren vóór 1781 in de zaak ingekocht. De Hoop, die iets noordelijker stond, was geheel identiek aan De Salamander. Deze verbrandde op 25 juli 1894 tijdens een hevige onweersbui en werd niet meer herbouwd. Beide molens behoorden tot het zelfde bedrijf, Windlust genaamd. Tot voor kort werd steeds aangenomen dat De Salamander in 1792 was gebouwd; dit blijkt dus niet juist. Diverse houthandelaren waren de afgelopen eeuwen eigenaar van De Salamander. Eén van hen was zelfs burgemeester van het dorp.

Eind 19e eeuw werd de molen gemoderniseerd en voorzien van vier zaagramen. Om ook bij windstilte te kunnen zagen, werd een stoommachine geplaatst; deze werd omstreeks 1940-42 vervangen door een grotere. De molen raakte aan het begin van de 20ste eeuw al in verval, werd deels onttakeld doch later in opdracht van de nieuwe eigenaar (Fijnhouthandel en Zagerij J. Koerts N.V.) weer hersteld. De stoommachine bleef het meeste werk doen; pas als de molen harder kon draaien dan de machine, werd gebruik gemaakt van windkracht. In de praktijk draaide de molen (met het volle zeil) pas bij windkracht 4!

In 1953 werd De Salamander, toen al in matige staat, stilgezet. Ondanks de aanwijzing als beschermd monument in 1971, was de molen begin jaren 1980 nog slechts een bouwval. Enige malen werd een sloopvergunning verleend, maar tot afbraak kwam het niet. Door monumenteninstanties werd namelijk geëist, dat de sloop door een erkende molenmaker moest worden verricht, en dat was duur. Vermoedelijk heeft die bepaling de molen van de definitieve ondergang gered.

In 1985 volgt de ommekeer en wordt de Stichting Opbouw Salamander (S.O.S.) opgericht. Deze Stichting zorgt ervoor dat de restanten van de molen worden gedemonteerd en opgeslagen om zo  herbouw in de toekomst mogelijk te maken. Dankzij de financiële bijdragen van overheden, bedrijven en particulieren, krijgt De Salamander een tweede leven. De molen wordt in 1989 herbouwd op een nieuw stuk grond in het oude balkengat. Ten opzichte van zijn oude plaats is de molen voorts ook ongeveer een kwartslag gedraaid. Voor de restauratie is o.a. gebruik gemaakt van het originele achtkant. In 1990 is de molen uitwendig compleet. De herbouw van het zaaggedeelte en de winderij (voor het verplaatsen van de stammen) duurt dan wel nog enkele jaren. Op 25 oktober 1995 kan voor het eerst weer met windkracht worden gezaagd. Eén onderdeel overleeft het ruim 30 jaar durende intense verval en is nog steeds onmiskenbaar aanwezig: de teakhouten windpeluw, een van de belangrijkste balken inde molen. Daarop rust zo'n 80 tot 90% van het gewicht van het gehele wiekenkruis met bovenas en bovenwiel. Vermoedelijk lang geleden door de fa. Koerts uit eigen voorraad gehaald en gezaagd.