Skip to content

Waar komt de naam De Salamander vandaan?

Verplichte naam

In de 17e eeuw werd het verplicht om molens te voorzien van een naam en een naambord. Molens werden o.a. geregistreerd in een belastingregister. En natuurlijk ook vanwege de grote hoeveelheid molens in de Lage Landen was herkenbaarheid noodzakelijk. Zo werd in 1663 bepaald dat molens de naam van een dier of een instrument moesten hebben. In Leidschendam stonden vroeger 2 houtzaagmolens, de Hoop en de Salamander. Molen de Hoop is rond 1895 (vermoedelijk) afgebrand, molen de Salamander staat na een lange en bewogen geschiedenis sinds 1990 geheel herbouwd langs de Vliet.

Brand

Ooit na een brand kropen er salamanders onder de molen uit, vandaar vermoedelijk de naam.

Vroeger geloofde men namelijk dat dit dier onbrandbaar was*, maar dat is niets meer dan een verzinsel. Het vocht in hun lichaam kan hen wel enige tijd tegen het vuur beschermen; wanneer dit hevig is, of men de salamander lang daaraan blootstelt, dan moet hij verbranden.
Maar ook vond men een salamander een zinnebeeld van oprechtheid, volkomenheid en standvastigheid in de grootste brand, hitte of tijden van rampspoed.
Waarom en wanneer de houtzaagmolen de naam De Salamander heeft gekregen weten we niet precies. Zeker is dat onze molen de afgelopen eeuwen het vuur steeds heeft weerstaan en herhaaldelijk in volle glorie is herrezen. Net als die salamander!  Of is dit hele verhaal toch alleen maar ‘’molenpraat’’?

 

*In “Des wijdt-vermaerden natuur-kondigers vijf boecken: handelende van de nature” (1657) lezen we over een salamander:
“Een hagedis niet seer onghelijck, maer is dicker van lijf, staert ende hooft, ende hoogher van voeten. Swartachtigh met geel ghemenghelt als oft het vol vlecken is, het vel blinckt als oft het ghepolijstert waer. Dit dier en komt niet voor den dagh, als in reghenachjigh weder ende in t’ schoon weeder vergaet het. Het is soo koudt van natuer dat ‘t vuur raeckende, het selve uyt-bluft, als oft het ys was.”

Back To Top